Binnenlandse adoptie in het buitenland

Heeft u in het herkomstland van het kind uw gewone verblijfplaats en adopteert u daar, dan is er geen sprake van een interlandelijke, maar van een nationale adoptie in dat land. Daar heeft Nederland niets over te zeggen, dus Nederlandse wetten als de Wobka zijn niet van toepassing. U heeft ook geen beginseltoestemming van de minister nodig.

Die nationale buitenlandse adoptie wordt onder voorwaarden in Nederland van rechtswege erkend. De geldende voorwaarden staan in het Burgerlijk Wetboek, Boek 10, artikel 108. Een belangrijke eis is dat uit de beslissing van de rechter blijkt dat goed onderzocht is of het kind wel voor adoptie in aanmerking komt, dus of de biologische ouders niet buitenspel zijn gezet. Een en ander uiteindelijk ter beoordeling van de Nederlandse ambtenaar bij wie u als adoptant aanklopt voor bijvoorbeeld een paspoort voor het kind.

Ook andere buitenlanden erkennen dit soort adopties, bijvoorbeeld de Verenigde Staten.

Een voorwaarde is hier in principe ook dat het niet gaat om een zwakke adoptie. Het moet een sterke adoptie zijn.

In het geval van automatische erkenning van de adoptie door Nederland is het kind van een Nederlandse adoptant op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap ook automatisch Nederlander. En wel vanaf de eerste dag waarop tegen de rechterlijke adoptietoewijzing geen beroep meer mogelijk is. Op die dag treedt de kracht van gewijsde in.

Het Nederlandse paspoort voor uw kind kunt u aanvragen bij een Nederlands consulaat of bij een Nederlandse grensgemeente. Voor een aanvraag bij een grensgemeente moet het kind, ook al heeft het de Nederlandse nationaliteit, op een buitenlandervisum naar Nederland reizen. Neem een Schengen-visum voor de maximale duur van 90 dagen, want gemeenten kunnen er vanaf de datum van aanvraag twee maanden of soms langer over doen om het paspoort af te geven. De ambtenaar dient immers nog te beoordelen of aan de criteria voor het Nederlanderschap is voldaan.

Een waarschuwing is op haar plaats. Als u niet voldoet aan de voorwaarden in Burgerlijk Wetboek, Boek 10, artikel 108 , bijvoorbeeld omdat u volgens de ambtenaar niet in het herkomstland van het kind woonde, erkent Nederland de adoptie niet. U rest niets dan naar de rechter te stappen om de adoptie alsnog erkend te krijgen en eventueel voor de zekerheid gelijktijdig (subsidiair) een Nederlands adoptieproces in gang te zetten. Een advocaat is daarbij verplicht.

De Nederlandse rechter kan oordelen dat uw adoptie aan de Wobka had moeten voldoen en dat u dus beginseltoestemming nodig had. Die toestemming kan niet post factum worden verleend. Niettemin kan de rechter vervolgens besluiten de adoptie toe te wijzen, bijvoorbeeld in het belang van het kind. Een zekere uitkomst is dit niet.