Kind • Buitenland

Buitenlands kind adopteren

Nederlands kind adopteren

Adoptie van een Nederlands kind in Nederland is niet bijzonder ingewikkeld. De voorwaarden vindt u onder meer op deze site van de rijksoverheid.  U kunt daar ook deze brochure downloaden. Anders dan bij de adoptie van een buitenlands kind, geldt er in het geval van een Nederlands adoptiekind geen maximumleeftijd voor de adoptanten.

Buitenlands kind adopteren

Voor de adoptie van een buitenlands kind dat in Nederland verblijft, gelden strenge regels. Is het verblijf illegaal, dan is het meteen over en uit.  Is er sprake van verblijf op grond van een Schengen-visum, dan wordt adoptie problematisch. Hoe dan ook gelden in Nederland in het geval van adoptie van een buitenlands kind regels alsof het kind in het buitenland verblijft, kortom de Wobka.

Heeft het kind een verblijfsvergunning om bijvoorbeeld een medische behandeling te ondergaan, dus is het aantoonbaar niet naar Nederland gehaald met adoptie als doel, dan is de Wobka eventueel niet van toepassing en is wellicht geen toestemming van de minister van Justitie nodig, de zogenaamde beginseltoestemming. Dat bepaalt dan de rechter.

Cruciaal verschil: onbekend of bekend kind

Bij adoptie in het buitenland is het van belang of het gaat om een onbekend of een bekend kind. Bij een kinderwens gaat het in de regel om een willekeurig onbekend kind. Wil iemand een familielid adopteren, dan zal het gaan om een specifiek bekend kind.

Adoptie van willekeurig onbekend buitenlands kind

Adopteert u vanwege een kinderwens? En wilt u vanuit Nederland een willekeurig onbekend kind in het buitenland adopteren? Er zal dan sprake zijn van een gesloten adoptie. En krijgt u te maken met strenge regels. Die staan in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka). De wet vindt u hier. U bent aangewezen op de diensten van de Stichting Adoptievoorzieningen. Over de voorwaarden kunt u lezen bij de Rijksoverheid.

Dan is er ook nog het land waar het kind vandaan komt. Andere landen hebben eigen adoptiewetten en die zijn allemaal verschillend. Uiteraard zult u ook aan de wetten van het herkomstland van het kind moeten voldoen.

Verder komt het Haags Adoptieverdrag om de hoek kijken. Fijn voor u als het herkomstland van het kind aan dat verdrag meedoet, want aangesloten landen erkennen elkaars adoptie. Dus als u bijvoorbeeld een kind in Sri Lanka adopteert, is die adoptie automatisch ook in Nederland geldig. U hoeft dan om de adoptie in Nederland erkend te krijgen niet meer naar de rechter. Voorwaarde is steeds dat u in Nederland het spel gespeeld heeft volgens de regels – lees: de Wobka – en dus over beginseltoestemming beschikt.

Adopteert u een kind uit een niet-verdragsland, dan wordt de buitenlandse adoptie niet automatisch in Nederland erkend en moet u daarvoor in Nederland naar de rechter. Ook in dit geval moet u de regels van de Wobka hebben gevolgd en beschikken over beginseltoestemming van de minister. Zo niet, dan staat uw zaak er minder florissant voor. Een advocaat is bij de gang naar de Nederlandse rechter verplicht.

Voorbeeld van een land dat het Haags Adoptieverdrag niet geratificeerd heeft, is Rusland. Een Russische interlandelijke adoptie wordt daarom niet automatisch in Nederland erkend. In een dergelijk geval stapt u om de adoptie erkend te krijgen naar de Nederlandse rechter, die in de regel zal eisen dat u het spel volgens de regels van de Wobka heeft gespeeld en dus over beginseltoestemming van de minister beschikt. Overigens doet Rusland moeilijk over adopties door mensen uit landen waar het homohuwelijk bestaat.

Adoptie van specifiek bekend buitenlands kind

Adoptie van een buitenlands neefje, nichtje of ander familielid is op grond van de Wobka niet mogelijk.

Verwarrend advies

De Stichting Adoptievoorzieningen stuurt familie die een specifiek bekend buitenlands kind wil adopteren door naar de IND

Dat is een nogal verwarrend advies van die stichting. Om te beginnen doet de IND geen adopties. En een verzoek om, bij wijze van alternatief voor adoptie, op grond van voogdij of pleegzorg een kind naar Nederland te mogen halen, strandt in de meeste gevallen op de Nederlandse eis dat het kind in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst wacht. Het gaat er daarbij om wat de IND in het land van herkomst onder ‘aanvaardbaar’ verstaat. In buitenlandse weeshuizen ziet de IND op zichzelf niets onaanvaardbaars en het is voor de IND ook acceptabel als kinderen in den vreemde over straat zwerven op zoek naar voedsel. 

Een verblijfsvergunning geeft de IND in dit soort gevallen zelden of nooit af. De door de Nederlandse overheid geboden mogelijkheid om een pleegkind in nood naar Nederland te halen is daarmee een dode letter.

Alternatieven

Er zijn alternatieven voor de Wobka-route, maar die hebben nogal wat voeten in de aarde. In de regel zal hier sprake zijn van een open adoptie

Het eerste alternatief is verhuizing van de adoptant(en) naar het land waar het kind woont. Die verhuizing mag niet pro forma zijn, de wet eist dat adoptant en kind in dat land legaal en bewijsbaar hun ‘gewone verblijfplaats’ hebben. Het is daarbij van belang dat u al in dat land woont wanneer u het adoptieverzoek indient bij de rechtbank en dat u er nog steeds woont op het moment van de toewijzing. Om later in Nederland de begindatum van de adoptieprocedure aan te kunnen tonen bewaart u het bewijs van indiening bij de rechtbank in uw woonland waar uw zaak dient. De einddatum is die van de adoptie-uitspraak.

Heeft u in het herkomstland van het kind uw gewone verblijfplaats en adopteert u daar, dan is er geen sprake van een interlandelijke, maar van een nationale adoptie in dat land. Daar heeft Nederland niets over te zeggen, dus Nederlandse wetten als de Wobka zijn niet van toepassing. U heeft ook geen beginseltoestemming van de minister nodig.

Die nationale buitenlandse adoptie wordt onder voorwaarden in Nederland van rechtswege erkend. De geldende voorwaarden staan in het Burgerlijk Wetboek, Boek 10, artikel 108. Een belangrijke eis is dat uit de beslissing van de rechter blijkt dat goed onderzocht is of het kind wel voor adoptie in aanmerking komt, dus of de biologische ouders niet buitenspel zijn gezet. Een en ander uiteindelijk ter beoordeling van de Nederlandse ambtenaar bij wie u als adoptant aanklopt voor bijvoorbeeld een paspoort voor het kind.

Een voorwaarde is ook dat het niet gaat om een zwakke adoptie. Het moet een sterke adoptie zijn.

In het geval dat Nederland de adoptie van rechtswege erkent, is het kind van een Nederlandse adoptant op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (art. 5b, lid 1) ook automatisch Nederlander. En wel vanaf de eerste dag waarop tegen de rechterlijke adoptietoewijzing geen beroep meer mogelijk is. Op die dag treedt de kracht van gewijsde in.

Het Nederlandse paspoort voor uw kind kunt u aanvragen bij een Nederlands consulaat of bij een Nederlandse grensgemeente. Voor een aanvraag bij een grensgemeente moet het kind, ook al heeft het de Nederlandse nationaliteit, op een buitenlandervisum naar Nederland reizen. Neem een Schengen-visum voor de maximale duur van 90 dagen, want gemeenten kunnen er vanaf de datum van aanvraag twee maanden of soms langer over doen om het paspoort af te geven. De ambtenaar dient immers nog te beoordelen of aan de criteria voor het Nederlanderschap is voldaan.

Pas op! Als u niet voldoet aan de voorwaarden in Burgerlijk Wetboek, Boek 10, artikel 108, bijvoorbeeld omdat u als adoptant volgens de ambtenaar niet in het herkomstland van het kind woonde, erkent Nederland de adoptie niet. U rest niets dan naar de rechter te stappen om de adoptie alsnog erkend te krijgen en eventueel voor de zekerheid gelijktijdig (subsidiair) een Nederlands adoptieproces in gang te zetten. Een advocaat is daarbij verplicht.

De Nederlandse rechter kan oordelen dat uw adoptie aan de Wobka had moeten voldoen en dat u dus beginseltoestemming nodig had. Die toestemming kan niet post factum worden verleend. Niettemin kan de rechter vervolgens besluiten de adoptie toe te wijzen, bijvoorbeeld in het belang van het kind. Een zekere uitkomst is dit niet.

Het tweede alternatief zou misschien verhuizing kunnen zijn naar een land dat minder strikte eisen stelt aan een interlandelijke adoptie. Zo bestaat er in Duitsland geen officiële maximumleeftijd voor adoptanten. Voor erkenning naderhand in Nederland is vereist dat aan alle wettelijke eisen van de woonlanden van adoptant en kind zal zijn voldaan. Zo niet, dan in Nederland geen erkenning op grond van het Haags Adoptieverdrag, indien van toepassing. Bij dit tweede alternatief kan juridisch veel fout gaan, onder meer doordat er drie landen bij betrokken zijn.

In alle gevallen geldt dat de wet kan veranderen. Ook kunnen rechters de wet anders gaan interpreteren. Er had al een verschuiving plaatsgevonden in de interpretatie van het criterium ‘gewone verblijfplaats’. Voorheen was het voldoende als iemand kon laten zien waar hij op papier woonde, maar nu moeten adoptanten aantonen waar ze zich echt hebben opgehouden, aan de hand van abonnementen, bonnetjes van de supermarkt en andere bewijsstukken van daadwerkelijk verblijf.

Verschillende landen

Wonen adoptant en kind in verschillende buitenlanden, dan dienen de spelregels van de interlandelijke adoptie te worden gevolgd om aanspraak te kunnen maken op latere erkenning in Nederland.

Heeft het land waar de adoptant het gewone verblijf heeft, een equivalent van de Nederlandse Wobka en zoiets als de beginseltoestemming, dan is het raadzaam die route te kiezen. Na de adoptie in het herkomstland van het kind zal volgens het Haags Adoptieverdrag de adoptie in aangesloten landen erkend worden. Zijn niet beide landen bij het verdrag aangesloten, dan zal in het woonland van de adoptant de rechter eraan te pas moeten komen voor erkenning van de adoptie.

Of vervolgens de Nederlandse overheid die laatste erkenning overneemt, hangt af van de concrete omstandigheden van de adoptie, die van geval tot geval kunnen verschillen. Misschien moet ook in Nederland de rechter eraan te pas komen. In dat geval is een advocaat verplicht. Bij uiteindelijke Nederlandse erkenning van de adoptie zal het kind de nationaliteit van de Nederlandse adoptant hebben en kan het een Nederlands paspoort aanvragen.

Adoptant • Buitenland

Wie mag adopteren?

Gehuwd

Echtparen, bestaande uit man en vrouw, hebben bij adoptie in een ander land vaak een streepje voor op paren met een geregistreerd of ongeregistreerd partnerschap, partners van gelijk geslacht of alleenstaanden. 

Geregistreerd partnerschap

Anders dan in Nederland is in het buitenland een geregistreerd partnerschap niet altijd gelijkwaardig aan het huwelijk. Dat kan van invloed zijn op de mogelijkheden om in een bepaald land te adopteren. In het geval van een geregistreerd partnerschap kunnen in Rusland bijvoorbeeld niet beide partners hetzelfde kind adopteren. De aanvraag in dergelijke gevallen gaat dan, indien toegestaan in het betreffende land, op naam van een van de partners. Die is dan alleenaanvrager.

Ongeregistreerd partnerschap 

In Nederland is voor adoptie van een Nederlands kind niet van belang of partners al dan niet een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, maar hoe lang ze samenwonen en hoe lang ze voor het kind gezorgd hebben. In het buitenland kan een aanvraag, indien toegestaan in het betreffende land, op naam van een van de partners worden gedaan. Die is dan alleenaanvrager.

Alleenstaande

Alleenstaanden is het in Nederland en veel andere landen toegestaan een kind te adopteren. Adoptie door paren geniet echter bijna overal de voorkeur. In een land als Rusland is adoptie door een alleenstaande verboden als in het thuisland van die alleenstaande het homohuwelijk is toegestaan.

Partners van gelijk geslacht 

In Nederland hebben paren, gevormd door partners van gelijk geslacht, dezelfde rechten als partners van verschillend geslacht, ook bij adoptie. In het buitenland wordt vaak gediscrimineerd en soms is adoptie door partners van gelijk geslacht zelfs wettelijk verboden. Adoptie door een alleenaanvrager biedt dan zelden soelaas.