Situatie #9

Bij adoptie van een kind in Nederland is cruciaal of het gaat om een Nederlands of een buitenlands kind. 

Ongeregistreerd partnerschap 

In Nederland is voor adoptie van een Nederlands kind niet van belang of partners al dan niet een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, maar hoe lang ze samenwonen en hoe lang ze voor het kind gezorgd hebben. In het buitenland kan een aanvraag, indien toegestaan in het betreffende land, op naam van een van de partners worden gedaan. Die is dan alleenaanvrager.

Nederlands kind adopteren

Adoptie van een Nederlands kind in Nederland is niet bijzonder ingewikkeld. De voorwaarden vindt u onder meer op deze site van de rijksoverheid.  U kunt daar ook deze brochure downloaden. Anders dan bij de adoptie van een buitenlands kind, geldt er in het geval van een Nederlands adoptiekind geen maximumleeftijd voor de adoptanten.

Buitenlands kind adopteren

Voor de adoptie van een buitenlands kind dat in Nederland verblijft, gelden strenge regels. Is het verblijf illegaal, dan is het meteen over en uit.  Is er sprake van verblijf op grond van een Schengen-visum, dan wordt adoptie problematisch. Hoe dan ook gelden in Nederland in het geval van adoptie van een buitenlands kind regels alsof het kind in het buitenland verblijft, kortom de Wobka.

Heeft het kind een verblijfsvergunning om bijvoorbeeld een medische behandeling te ondergaan, dus is het aantoonbaar niet naar Nederland gehaald met adoptie als doel, dan is de Wobka eventueel niet van toepassing en is wellicht geen toestemming van de minister van Justitie nodig, de zogenaamde beginseltoestemming. Dat bepaalt dan de rechter.

Verwarrend advies

De Stichting Adoptievoorzieningen stuurt familie die een specifiek bekend buitenlands kind wil adopteren door naar de IND

Dat is een nogal verwarrend advies van die stichting. Om te beginnen doet de IND geen adopties. En een verzoek om, bij wijze van alternatief voor adoptie, op grond van voogdij of pleegzorg een kind naar Nederland te mogen halen, strandt in de meeste gevallen op de Nederlandse eis dat het kind in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft. Het gaat er daarbij om wat de IND in het land van herkomst onder ‘aanvaardbaar’ verstaat. In buitenlandse weeshuizen ziet de IND op zichzelf niets onaanvaardbaars en het is voor de IND ook acceptabel als kinderen in den vreemde over straat zwerven op zoek naar voedsel. 

Een verblijfsvergunning geeft de IND in dit soort gevallen zelden of nooit af. De door de Nederlandse overheid geboden mogelijkheid om een pleegkind in nood naar Nederland te halen is daarmee een dode letter.